Het oude ijzer
Uitmuntend spel van d’Ye

Jan Besseling en Voufke bij ’t Vuur als August en Marie Jonkers
Foto: Gerard Jansen
Zaterdagavond bracht d’Ye in een uitverkochte zaal van het Damhotel met uitmuntend spel het toneelstuk “Het oude ijzer” van Hans Nesna. Met dit spel heeft d’Ye, die al zes jaar met succes toneelstukken verzorgt, zichzelf in alle opzichten overtroffen. De rollen zaten er geheid in en er werd met grote overgave gespeeld. In een eenvoudige woning woont het gezin van een smid, een doorsnee-gezin met de gewone ups en downs, niet bepaald arm, maar ook niet echt welvarend. Vader August rommelt er een beetje bij met oud ijzer en kan daardoor zijn vrouw en kinderen af en toe een extraatje toestoppen. Op een kwade dag komt de hereboer Postma op bezoek en dan komt het gezin er achter dat vader een heleboel geld heeft geërfd van een overleden broer. Hij heeft dit altijd verzwegen, omdat hij ervan overtuigd was dat met het vele geld het geluk zou verdwijnen. Voorbij is dan het sprookje van de oud-ijzerhandel, waaruit alle extraatjes zouden zijn geput. Opkoper Levy heeft al die tijd het spelletje meegespeeld en hij wordt er duchtig over onderhouden, evenals vader August. Gedaan is het met de vrede en het geluk, het geld wordt met handen vol weggegooid en als het hele gezin daarna en bloc het oude huis verlaat blijft August alleen achter. Zes maanden later komt alles weer goed na veel ellende, maar de weglopers hebben hun lesje geleerd. Twee uitblinkers deze keer, en dat waren Jan Besseling en Bram Ooms De eerste boeide en ontroerde van het eerste tot het laatste moment in zijn rol van August Jonkers. Hij kwam alleszins geloofwaardig over zonder overdrijvingen. Juist die eenvoud sierde hem en daarom was hij een levend mens. Bram Ooms zette een heerlijke Joodse koopman op het toneel, een eeuwige optimist met een filosofische humor. Lees verder



De toneelgroep d’Ye zorgde zaterdagavond in het Damhotel voor een dolgezellige avond met de opvoering van het blijspel “Hoogheid, uw kameel staat voor”. Het staat niet te best met het echtelijke leven van Martin (Jan Tol) en Hetty Veldman (Joke Roskam-de Boer). Oorzaak van dit alles is een foto in de krant waarop zij wordt gedoodverfd als de aanstaande bruid van een Oosterse prins. Schuldig aan dit alles is haar vriendin Wilma (Elly de Zwaan-Snoek), die al jaren met de prins corres-pondeert en die hem, toen hij haar om een foto vroeg, bij gebrek aan beter eentje van haar vriendin stuurde. Grote consternatie dus in huize Veldman, die nog groter wordt als een zenuwachtige journalist (Jaap Garms) de deur plat begint te lopen, evenals een zeer onkreukbare vrouwelijke ambtenaar van Buitenlandse Zaken (Anneke Berkhout). Als dan de niet op haar mondje gevallen tante Cora (Voufke bij ’t Vuur) ook nog ten tonele komt, is de narigheid compleet. De prins (Gerro Roskam) maakt zijn opwachting met zijn lijfwacht (Bram Ooms en stort zich onmiddellijk op de arme Hetty, die hij voor zijn bruid verslijt. Zijn echte geliefde ziet hij niet eens en hij herkent haar niet als zij hem prachtige gedichten begint voor te dragen. Zo geschieden nog een heleboel malle dingen, die de zaak niet eenvoudiger maken. Er komt ook nog een grafdelvende oudheidkundige (Anneke van Overbeek-Akkerboom) bij de familie Veldman, die de prins spreken wil. Na alle vreemde verwikkelingen komt alles gelukkig toch weer goed, zoals het in een blijspel behoort.