De muizenval
D’Ye Christie waardig in “De muizenval”

Mr. Paravicini (Ed Koorn) charmeert Mollie Ralston (Gineke de Witte)
Foto: Marco Bakke
Thrillers van Agatha Christie staan borg voor spanning en ingenieuze plots. Haar verhalen hebben echter vaak ook een lange aanloop waarin de karakters worden gepresenteerd en de spanning opgebouwd. Dit kan zich op het toneel vertalen in lange dialogen en soms wat saaie scenes. Ook “De muizenval”, waarmee toneelvereniging d’Ye haar twintigjarig bestaan viert, kent in het begin van de voorstelling weinig vaart en de eerste helft is een beetje langdradig. Op de spelers valt niets negatiefs aan te merken. Tekstvast en uitzonderlijk goed op elkaar ingespeeld zit er geen enkele hapering in hun spel. Opvallend is vooral Sjaak Kras als de onbestemde Christopher Wren. Een vreemd type met z’n wilde pruik en onbeholpen gedrag. Maar met zijn soms aandoenlijke ‘Claudius’mimiek wordt hij al snel de lieveling van het publiek en weet hij steeds weer de lachlust op te wekken. Even kleurrijk is mr. Pavaricini, gespeeld door Ed Koorn. Vooral in het tweede deel is Koorn volkomen op zijn gemak in zijn rol. Zijn spel is gladjes en nonchalant en verleent wat cachet aan de meer rechttoe-rechtaan-types om hem heen. Lees verder




Dat Betje uitstekend kan regeren liet toneelvereniging d’Ye zien in een nostalgisch spel uit de jaren dertig, waarin de emoties hoog oplaaiden, maar waarin gelukkig ook plaats was voor een gulle lach. D’Ye maakte er iets heel moois van. Het stuk van Henk Bakker (waarin Esther de Boer-Van Rijk indertijd al triomfen vierde) behandelt de geschiedenis van het rijke fabrikantengezin Van Gelder, dat in de problemen komt, maar uit de nood gered wordt door Betje, een oude gedienstige die bijna een halve eeuw lang voor de Van Gelders gewerkt heeft. Wanneer zij merkt dat haar vroegere baas bezig is de effecten te gelde te maken die zij ooit van zijn vader erfde neemt zij kordaat het heft in handen. Tot groot misnoegen van de familie, totdat men inziet dat Betje het beste voorheeft. Voufje bij ’t Vuur schitterde in de rol van Betje. Een rol die zij zo goed beheerste dat ze de zaal volkomen in haar ban had: ontroerd bij haar emotionele uitbarstingen om alles wat haar aangedaan wordt, dan weer hartelijk lachend als ze uiterst vinnig uit de hoek komt of met een gedegen bijbeltekst zwaait. Voufke verdient verder een groot compliment voor haar dictie en mimiek. Zich volledig in haar rol inlevend, lette zij juist op die kleinigheden die het spel zo levensecht maakten: even likken aan een potlood of krabben in haar grijze haardos tijdens het bijhouden van het kasboek. Een mooie rol was ook weggelegd voor Jan Besseling als de door zorgen gekwelde zakenman, die geen uitweg meer ziet en zich bijna vergrijpt aan andermans eigendommen. Hij liet prima ingehouden spel zien, nergens vervallend in overdreven sentimenten. Pé Mühren heeft met dit toneelstuk zijn meesterschap als regisseur voor de zoveelste keer bewezen. Hij verstaat de kunst zijn spelers en speelsters tot het uiterste te bezielen. Het ovationele applaus van een zeer meelevend publiek sprak boekdelen.
Jubilerend d’Ye liet ’t spoken in Damhotel